Reglement inzake taak en werkwijze van het bestuur van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa, gebaseerd op artikel 11 van de statuten van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Sjoa: De vervolging en vernietiging van Joden door Nazi Duitsland.
De Stichting : De Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa
Bestuur : Het bestuur van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa
Pretendent : De verzekeringnemer, de verzekerde, de begunstigde alsmede hun wettelijke en testamentaire erfgenamen en rechtverkrijgenden onder algemene titel.
Verzekeraar : Een verzekeraar als bedoeld in artikel 1 onderdeel h van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en die lid is van het Verbond van Verzekeraars in Nederland.
Aanspraak : Een op geld waardeerbare vordering ter zake van een verzekering vóór 1943 gesloten bij een verzekeraar van respectievelijk op het leven van een Joodse verzekerde die het slachtoffer is geworden van de Sjoa.
Artikel 2. Plaats van vestiging
De Stichting is gevestigd en houdt kantoor te 's-Gravenhage.
Artikel 3. Taak
a. Het bestuur heeft tot taak vast te stellen of een pretendent een aanspraak geldend kan maken jegens een (rechtsvoorganger van een) verzekeraar dan wel recht heeft op vergoeding van de aanspraak, die door de verzekeraar is toegekend.
b. Het bestuur neemt geen aanspraken van pretendenten in behandeling, die vóór 9 november 1999 zijn ingediend bij een verzekeraar en waarop een beslissing tot uitkering is genomen.
c. Het bestuur neemt geen aanspraken van pretendenten in behandeling die vóór 9 november 1999 aanhangig zijn gemaakt bij de rechter of bij een andere, ter beslechting van geschillen aangewezen, dan wel door pretendent aangezochte, instantie, dan wel wanneer de rechter of een hiervoor bedoelde instantie reeds over de aanspraak een oordeel heeft gegeven, tenzij hij de procedure intrekt.
Artikel 4. Uitoefening functie
a. Het bestuur oefent zijn functie onafhankelijk en naar eigen inzicht uit. Het zal geen instructies van wie dan ook aangaande de uitoefening van zijn functie aanvaarden.
b. Het bestuur laat zich bij de beoordeling van een aanspraak van een pretendent onder meer leiden door hetgeen is bepaald in de wet, de verzekeringsovereenkomst, de geldende jurisprudentie, de redelijkheid en billijkheid, de bijzondere omstandigheden van de Sjoa en de toepasselijke gedragscodes en/of ereregelen. In het bijzonder zal het bestuur bij de vaststelling van de aanspraken van een pretendent de volgende uitgangspunten hanteren:
· verjaring- en vervalbedingen in verzekeringsovereenkomsten zullen tot uiterlijk 31 december 2014 nimmer worden ingeroepen;
· het bewijs van een aanspraak zal op basis van redelijkheid en billijkheid beoordeeld worden;
· over een toe te kennen aanspraak zal interest worden vergoed volgens de van dit reglement deel uitmakende bijlage 1.
c. Het bestuur kent verzoeken van verzekeraars tot vergoeding van een door de verzekeraar toegekende aanspraak toe indien die toekenning door de verzekeraar gebaseerd is op een rechterlijk vonnis waarbij de verzekeraar veroordeeld is tot betaling, een oordeel van een ter beslechting van geschillen aangewezen instantie, een beslissing van een instantie aan wie de verzekeraar direct of indirect verplicht is te rapporteren, dan wel op basis van een minnelijke regeling voor zover die vóór de totstandkoming daarvan is afgestemd met het bestuur. Het bestuur zal de minnelijke regeling beoordelen ten aanzien van (een) afzonderlijke pretendent(en) met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 onder b van dit reglement. Het door de stichting te vergoeden bedrag omvat maximaal het verzekerd bedrag vermeerderd met interest volgens bijlage 1.
d. Het bestuur wordt bij de uitoefening van zijn functie ondersteund door een secretariaat.
Artikel 5. Procedure en vervaltermijn
a. Aanspraken van pretendenten tot toekenning van aanspraken kunnen bij het bestuur worden ingediend tot uiterlijk 31 december 2014.
b. Aanspraken dienen schriftelijk gemotiveerd en voorzien van de voor handen zijnde bewijsstukken bij het bestuur te worden ingediend. Het bestuur kan aan de pretendent en de verzekeraar verzoeken (nadere) informatie aan het bestuur te verstrekken.
c. Indien de pretendent of de verzekeraar niet binnen de door het bestuur gestelde termijn voldoet aan het verzoek (nadere) informatie aan het bestuur te verstrekken, wordt hij geacht zijn verzoek tot behandeling te hebben ingetrokken en wordt de aanspraak of het verzoek niet (verder) in behandeling genomen.
d. Het bestuur handelt een aanspraak of een verzoek af door het gemotiveerd toekennen of afwijzen van een aanspraak van een pretendent of van een verzoek van een verzekeraar;
e. Het bestuur kan te allen tijde deskundigen raadplegen met betrekking tot bij hem ingediende aanspraken of verzoeken.
Artikel 6. Bezwaarcommissie
a. Een pretendent die zich met een hem betreffende beslissing van het bestuur niet kan verenigen, kan binnen zes weken na de verzending van de beslissing bij het bestuur en bezwaarschrift indienen.
b. Dat geldt ook voor de verzekeraar wiens verzoek is afgewezen.
c. Het bezwaarschrift vermeldt:
· de naam en het adres van de afzender;
· de dagtekening;
· een omschrijving van de bestreden beslissing;
· de bezwaren tegen de beslissing en haar gronden.
d. Bij het bezwaarschrift wordt zo mogelijk een afschrift van de bestreden beslissing overlegd.
e. Het bestuur legt het bezwaarschrift voor aan een uit vier leden bestaande commissie van bezwaar. De commissie behandelt het bezwaarschrift, stelt de indiener daarvan in de gelegenheid te worden gehoord, en brengt daarover schriftelijk advies uit aan het bestuur. Het advies is voor het bestuur bindend.
f. De leden van de commissie worden benoemd door het Centraal Joods Overleg (CJO) en het Verbond van Verzekeraars (VvV) op voordracht van het bestuur.
Artikel 7. Geheimhoudingsplicht
a. Het bestuur is gehouden geheimhouding in acht te nemen omtrent de identiteit van de betrokkenen, behoudens voor zover de laatsten hem van de geheimhoudingsplicht hebben ontslagen of uit de uitoefening van zijn functie [krachtens artikel 5 lid e] de noodzaak tot bekendmaking van de identiteit voortvloeit.
b. De geheimhoudingsplicht is van overeenkomstige toepassing op de medewerkers van het secretariaat en op deskundigen aan wie de identiteit van betrokkenen is meegedeeld.
Deskundigen dienen vooraf een verklaring te ondertekenen waarin zij te kennen geven de geheimhoudingsplicht te aanvaarden.
Artikel 8. Verslag van werkzaamheden en ervaringen
Het bestuur doet eenmaal per kalenderjaar en wel binnen zes maanden na afloop daarvan openbare mededelingen over zijn werkzaamheden en ervaringen.
Artikel 9. Bescherming persoonsgegevens
Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer is de verwerking van persoonlijke gegevens aangemeld bij de Registratiekamer en beschreven in een privacy reglement.
Artikel 10. Inwerkingtreding reglement
Dit reglement omvat tevens een bijlage en treedt in werking op 9 november 1999. Op 30 mei 2001 is het reglement gewijzigd door toevoegen van artikel 6.
Artikel 11. Citeertitel
Dit reglement kan worden aangehaald als ''Reglement Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa".